Eén strafbepaling, twee ongelijke begrippen: klopt de gelijkstelling van gerichtheid en genderidentiteit in de conversiewet?
De conversiewet behandelt het veranderen of onderdrukken van seksuele gerichtheid en van genderidentiteit in één strafbepaling. Historicus Bart Jan Spruyt vindt het begrip conversiehandelingen daarmee te ver opgerekt en vraagt wat dat betekent voor wie een twijfelende jongere wil helpen.
Dit artikel is een analyse van een terugkerend kritiekpunt in het debat over de conversiewet. Het is geen oproep tot vervolging van personen of organisaties, en geen juridisch advies.
De claim: één strafbepaling voor twee verschillende dingen
Wetsvoorstel 36178 heette bij de indiening in 2022 een voorstel voor het strafbaar stellen van handelingen gericht op “het veranderen of onderdrukken van de seksuele gerichtheid, genderidentiteit of genderexpressie” (bron). In de titel en de tekst die de Eerste Kamer op 16 juni 2026 aannam, staan nog twee begrippen: artikel 285ba stelt handelingen strafbaar die worden verricht “met het oogmerk om de seksuele gerichtheid of genderidentiteit” van een minderjarige “te veranderen of te onderdrukken” (bron). Twee begrippen, één zin, dezelfde juridische behandeling. Historicus en publicist Bart Jan Spruyt schreef in Wynia’s Week (13 juni 2026) dat de betekenis van het begrip ‘conversiehandelingen’ “inmiddels danig opgerekt” is: van wat vroeger ‘homogenezing’ heette naar ook jongeren met genderdysforie. Zijn stuk verscheen in de aanloop naar de stemming in de Eerste Kamer, maar het bezwaar zelf gaat over de kern van de wet, niet over de timing ervan.
Bij seksuele gerichtheid is helder wat er wordt tegengegaan
Spruyt begint bij wat conversie bij seksuele gerichtheid betekent: handelingen of gesprekken die erop gericht zijn iemands seksuele gerichtheid te veranderen of te genezen. De praktijken die daarbij hoorden, zoals elektroshocktherapie en duivelsuitdrijvingen, noemt hij iets wat ieder weldenkend mens met afschuw vervult. Over de plaats van genderidentiteit in de wet gaat ons artikel over genderidentiteit in de conversiewet.
Bij genderidentiteit ligt de vraag zelf al niet vast
Bij genderidentiteit ligt dat volgens Spruyt anders. Hij schrijft dat zich jaarlijks honderden meisjes met twijfels over hun geslacht bij genderklinieken melden en dat “vast staat dat die twijfels in 80 procent van de gevallen van voorbijgaande aard zijn en dat aan die twijfels vaak een andere psychische problematiek ten grondslag ligt”. Een bron voor dat percentage geeft hij in zijn stuk niet. Bevestiging ligt volgens hem dan niet in de rede, “goede gesprekken en psychologische hulp wel”. Zijn kernvraag: “Worden gesprekken en doorverwijzingen naar professionele hulp dankzij deze wet strafbaar?”
De aangenomen wettekst geeft op die vraag twee antwoorden. Volgens het tweede lid van artikel 285ba valt onder het strafbare oogmerk niet “het oogmerk om op te roepen tot terughoudendheid, voorzichtigheid of reflectie ten aanzien van een sociale of medische transitie”. Volgens het zevende lid is de arts of andere zorgverlener die handelt in overeenstemming met de voor hem geldende zorgvuldigheidseisen niet strafbaar (bron). Of handelingen “stelselmatig of anderszins op indringende wijze” zijn verricht, hangt volgens de indieners af van de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit ervan; een incidenteel pastoraal of psychotherapeutisch getint gesprek valt er volgens hen buiten (bron). Onze lezing is dat het probleem niet zit in de intentie van de wetgever, die gewone zorg uitdrukkelijk uitzondert, maar in de grens tussen “onderzoeken” en “ombuigen”, die in concrete gevallen nog door de rechter moet worden getrokken.
Wat de Raad van State zei
Spruyt schrijft daarnaast dat de kritiek van de Raad van State luidde dat de wet “eigenlijk helemaal niet nodig is”. In het advies van 27 januari 2023, over de eerste versie van het voorstel, stelde de Afdeling advisering vast dat veel conversiehandelingen al strafbaar zijn; de toelichting noemde zelf onder meer mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving, dwang en bedreiging. De Afdeling adviseerde “de meerwaarde van de voorgestelde strafbaarstelling dragend te motiveren en indien dat niet mogelijk is het voorstel niet in behandeling te nemen” (bron). De initiatiefnemers hebben het voorstel en de toelichting daarna aangepast. De woorden “stelselmatig of anderszins op indringende wijze” zijn in augustus 2025 toegevoegd (bron).
Een vergelijkbaar dilemma, ver van Den Haag
Nederland is niet het enige land waar rechters en wetgevers worstelen met de vraag waar geneeskundig onderzoek ophoudt en drukmiddel begint. In de Verenigde Staten oordeelde het Hooggerechtshof op 31 maart 2026 in de zaak Chiles v. Salazar dat het verbod op conversietherapie van de staat Colorado, toegepast op de gesprekstherapie van een counselor, meningsuiting beperkt op grond van het standpunt dat wordt uitgedragen, en dat de lagere rechters dat te licht hadden getoetst. Het Hof verwees de zaak terug (bron). Die uitspraak bespraken we eerder in dit artikel over het Amerikaanse conversietherapieverbod. Het onderliggende begrippenprobleem is hetzelfde: wie bepaalt waar zorgvuldig onderzoek overgaat in sturing? Het bredere onderscheid tussen sekse en gender als juridische categorieën — en waarom dat onderscheid er in wetgeving toe doet — werkten we eerder uit op Transbeleid.nl.
Wat dit betekent voor hulpverleners en ouders
Het risico van een grens die nog door rechters moet worden ingevuld, is naar ons oordeel niet alleen vervolging, maar ook dat mensen uit voorzorg een stap terug doen. Voor artsen en andere zorgverleners die volgens hun zorgvuldigheidseisen werken, en voor wie oproept tot terughoudendheid of reflectie rond een transitie, legt de wet de uitzondering vast. De strafbepaling richt zich bovendien op wie handelt in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf of in het verband van een organisatie. Wat daarbinnen “stelselmatig of anderszins op indringende wijze” is, zal uit rechtspraak moeten blijken. Daarmee blijft de gelijke behandeling van gerichtheid en genderidentiteit in artikel 285ba naar ons oordeel een kwetsbaar punt — niet omdat de wetgever kwaad wil, maar omdat twee ongelijke vraagstukken in één bepaling zijn ondergebracht.
Bronnen
- Tweede Kamer der Staten-Generaal — dossier wetsvoorstel 36178
- Kamerstuk 36178, nr. 2 — voorstel van wet zoals ingediend (2022)
- Kamerstuk 36178, nr. 4 — advies Afdeling advisering Raad van State (27 januari 2023) en reactie van de initiatiefnemers
- Kamerstuk 36178, nr. 11 — nota van wijziging (29 augustus 2025)
- Kamerstuk 36178, A — gewijzigd voorstel van wet (9 september 2025)
- Bart Jan Spruyt, “De overbodige ‘anti-conversiewet’ beperkt de vrijheid van denken en van geweten”, Wynia’s Week, 13 juni 2026
- Eerste Kamer der Staten-Generaal — dossier 36178, initiatiefvoorstel Paulusma e.a.
- Supreme Court of the United States — Chiles v. Salazar, No. 24-539, 31 maart 2026
Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Meer lezen over de conversiewet? Bekijk alle artikelen of de wettekst.